Meulmeester
Bakkersweg 48
Klaas Meulmeester
Op Bakkersweg 48 woonde Klaas Meulmeester, marinier van het Korps Mariniers. Hij nam deel aan de gevechten tijdens de Meidagen van 1940 en diende zowel vóór als na de oorlog in Nederlands‑Indië. In zijn latere loopbaan vervulde hij functies als chef d’equipage en als vaste officier van de wacht op de Van Braam Houckgeestkazerne (VBHKAZ) in Doorn.
Aanneming en eerste dienstjaren
Klaas Meulmeester werd geboren op 9 maart 1914 te Arnemuiden (Zeeland). Op 24 januari 1931 werd hij aangenomen bij het Korps Mariniers als marinier der 3e klasse en geplaatst in Rotterdam. Op 12 februari 1932 volgde een plaatsing op de Marinekazerne Willemsoord als tamboer der 3e klasse.
Tamboer
In de loop van 1932 diende hij achtereenvolgens op het wachtschip Willemsoord, opnieuw Willemsoord en vanaf 21 oktober 1932 op de Marinekazerne Amsterdam, inmiddels als tamboer der 2e klasse.
Nederlands‑Indië (1933–1936)
Op 19 juli 1933 vertrok Meulmeester met de Hr. Ms. Dempo naar Nederlands‑Indië. Aan boord werd hij op 1 augustus 1933 bevorderd tot tamboer 1e klasse. Na aankomst op 17 augustus 1933 werd hij geplaatst op de Marinekazerne Goebeng. Op 11 september 1933 volgde een plaatsing op de Hr. Ms. Java, waarop hij ongeveer twee jaar diende. In december 1935 keerde hij terug aan wal op Goebeng. Op 23 december 1936 vertrok hij met de Johan van Oldenbarnevelt naar Nederland, waar hij op 19 januari 1937 aankwam.
Tot aan de oorlog
Meulmeester meldt zich na een kort verlof op 1 februari 1937 bij de Afdeling Mariniers Rotterdam. Hij wordt hier ook korporaal der mariniers.
Rond 1930 bestond het Korps Mariniers nog maar uit een kleine 1.100 man. In de daaropvolgende jaren werd dit vergroot, met name met het oog op (behoud van) de koloniën in de West en Oost en de rol die Nederland als maritiem handelsland speelde op het wereldtoneel.
April 1937 wordt Meulmeester geplaatst op het Wachtschip Vlissingen en in september op de Hertog Hendrik.
Op de Hertog Hendrik is Meulmeester tegelijk met de dan nog piepjonge Willem Willeboordse. Ze kenden elkaar toen nog niet. Klaas Meulmeester was korporaal en 23, Willem Willeboordse een jonge matroos van 18.
Hierna volgden plaatsingen op (wederom) De Vlissingen (1938), de Hr Ms Tromp (januari 1939) en weer De Vlissingen (mei 1939).
In Augustus 1939 wordt Meulmeester weer aan de wal geplaatst, bij het Mariniersbataljon, specifiek de 4e Compagnie. 1 maart 1940 meldt hij zich op de Korpsschool voor Sergeant bij de Mariniers te Rotterdam.
Meidagen 1940
In mei 1940 vallen de Duitsers Nederland binnen. In de meidagen vechten de Nederlandse strijdkrachten een oneerlijke strijd tegen de Duitse overmacht. De mariniers in Rotterdam, die later bekend zullen staan als de Zwarte Duivels, verkopen hun huid duur. Pas na een week strijd in de stad, geven de mariniers zich over. Klaas Meulmeester was één van deze mariniers.
Na de capitulatie wordt Meulmeester bij de marechaussee geplaatst en daarna bij de politie (te water). Hij diende ca. 5 jaar rond Hasselt.
Na de oorlog
Vlak na de bevrijding, op 23 mei 1945, meldt Meulmeester zich weer in Den Helder. Hij wordt op Willemsoord aangenomen als marinier.
2 januari 1946 gaat Meulmeester naar de Marinekazerne Den Haag (MKDG).
23 januari wordt Meulmeester korporaal baksmeester bij het Depot Korps Mariniers Tilburg (DKMT).
Hier werden mariniers klaargestoomd voor inzet bij de Mariniersbrigade in Indië.
Na ruim een half jaar wordt hij bevorderd. Hij wordt op 25 september 1946 sergeant der mariniers bij de Opleidingen in Doorn.
28 juli 1947 keert Meulmeester terug bij het Depot in Tilburg. Dit was ter voorbereiding voor inzet in Indië, met Echelon 11 van de mariniers. Dit echelon vertrok met de Hr Ms Kota Inten op 28 augustus 1947.
Bij de Mariniersbrigade
24 september 1947 komt Meulmeester aan in Soerabaja. Hij wordt daar als sergeant toegevoegd aan het Depot.
Bijna een jaar later wordt hij, in juli 1948, bevorderd tot (tijdelijk) sergeant-majoor der mariniers. Meulmeester wordt in die rang toegevoegd aan de Brigade Stafcompagnie, vermoedelijk in een instructeurs-rol.
In 1949 wordt hij definitief bevorderd tot sergeant-majoor der mariniers. In januari 1950 wordt hij geplaatst bij de Amfibisch Technische Dienst in het Oosten (ATDO).
1 juli 1950 keert Meulmeester terug naar de Marinekazerne Oedjong. Dit was in het kader van zijn repatriëring naar Nederland, met de Grote Beer.
Hier zal hij aankomen op 17 augustus 1950.
Terug in Nederland
Na zijn terugkeer in Nederland, wordt Meulmeester in oktober 1950 toegevoegd als instructeur sergeant-majoor aan het kader bij de mariniers-opleiding in Volkel. Hier werden mariniers opgeleid voor zowel Korea als Nieuw-Guinea.
Mei 1951 wordt Meulmeester kort geplaatst bij de Onderzeedienst te Willemsoord.
Hierna volgde in oktober 1951 een plaatsing bij de Artillerieschool. Hier was Meulmeester instructeur Beveiliging Koopvaardij.
Hij vervulde deze functie bijna 2 jaar.
In juni 1953 gaat Meulmeester terug naar de Mariniers in Doorn.
Curaçao
In oktober 1953 gaat Meulmeester naar het Depot Korps Mariniers Rotterdam ter voorbereiding voor uitzending naar Curaçao.
Op 21 januari 1954 vertrekt hij met de Hr Ms Willemstad naar Curaçao, waar hij aankomt op 6 februari 1954.
Het gezin van Meulmeester kwam met de Hr Ms Oranjestad ook over (op rijkskosten).
Meulmeester wordt als sergeant-majoor geplaatst bij de marinierscompagnie op de Marine Kazerne Suffisant.
1 mei 1954 wordt hij bevorderd tot adjudant der mariniers.
Op 26 juni 1954 wordt hij aangesteld als opvolgend pelotonscommandant en later, op 15 januari 1955, chef d’equipage.
12 februari 1957 keert Meulmeester met het vliegtuig terug naar Nederland.
(Meulmeester was tegelijk met mijn grootvader Gerard Nijhoff bij de mariniers op Curaçao. Meulmeester was als sergeant-majoor opvolgend pelotonscommandant en Nijhoff de sergeant van de stootgroep binnen dat peloton. Zij waren bijna 3 jaar samen werkzaam bij de compagnie in deze tijd.)
In 1955 bezocht Koningin Juliana samen met Prins Bernhard Curaçao. Zij werden met groot ceremonieel ontvangen. Meulmeester was als meest gedecoreerde onderofficier aangewezen om het korpsvaandel te dragen.
De laatste jaren bij Het Korps
Na terugkeer in Nederland gaat Meulmeester eerst 2 maanden met verlof.
In april 1957 start Meulmeester als Chef d’equipage op de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn bij het 1e Infanteriebataljon.
Van juni tot november volgt een korte plaatsing op Wachtschip de Hr Ms Neptunus.
Hierna volgde een korte plaatsing op de Marine Kazerne Amsterdam (november-december).
Van januari t/m december 1958 is Meulmeester geplaatst op de Van Ghentkazerne in Rotterdam.
In maart 1958 is hij onderdeel van een erewacht voor het bezoek van het Engels koningspaar.
Vanaf 1959 wordt Meulmeester onderdeel van de vaste bemanning van de Mariniers in Doorn. Hij zal zijn laatste jaren vooral actief zijn als vaste officier van de Wacht.
Klaas Meulmeester gaat als adjudant der mariniers in 1964 met eervol ontslag.
Onderscheidingen
Oorlogsherinneringskruis, Meidagen 1940
Oorlog & Vrede – Inzet in Nederlands-Indie
The Royal Victorian Medal
Gouden Medaille (36 dienstjaren)
Oranje Nassau met de Zwaarden