Met de "Green Devils" van de mariniersbrigade op Java

9 november 1946, Soerabaja: "Mariniers van het 2e Infanteriebataljon - Langs dezen weg neem ik bij mijn vertrek naar Holland afscheid van U allen. Het is mij steeds een vreugde en een voorrecht geweest met u allen te mogen dienen in een unit. Het ga U allen goed."

H. Lieftinck Luitenant-kolonel der mariniers

De Slag Om Soerabaja

Soerabaja was van eind oktober tot eind november 1945 ook het strijdtoneel tussen Indonesische revolutionairen en het Britse leger dat er gevestigd was. In ruim drie weken werd bijna de halve stad in puin geschoten en vielen er ruim 20.000 doden.

De Slag om Soerabaja

Een stad in puin

De mariniers troffen een stad in puin. De Bersiap/Indonesische onafhankelijkheidsstrijd had diepe sporen achtergelaten in de stad Soerabaja, maar ook in de bevolking. Voor de Japanse invasie was Soerabaja een bruisende havenstad en daar was niet veel meer van over. Er rees een opgekropte woede en vechtlust bij de mariniers. Het nieuws over wat er in hun ogen in “Nederlands-Indië” had voltrokken, bereikten hen via kranten en radio.

Er zijn twee verhalen bekend die van invloed zijn geweest op de woede en wraakgevoelens onder de Nederlandse mariniers:

De aanval op het Goebeng-transport
Er was een konvooi van ca. 150 Nederlandse vrouwen en kinderen dat van het onveilige Soerabaja naar een andere plek werd getransporteerd. Deze colonne werd beveiligd door 60 Brits-Indische (Sikh-)soldaten. Dit konvooi werd overvallen en bijna alle Sikh-soldaten en Nederlandse vrouwen en kinderen werden afgeslacht.

De Simpang Club Massacre
In Soerabaja was een sociëteit: de Simpang Club. Deze plek werd gebruikt door de pemoeda’s als rechtbank, gevangenis en executieplaats ineen. Door vele razzia’s werden 1.500 mensen (Nederlanders, Chinezen, Molukkers, etc.) opgepakt. Honderden werden vermoord. In stukjes gehakt (“getjingtjangd”). Vrouwen werden gespietst. Lichamen van dode kinderen werden in de rivieren gegooid.

Vanzelfsprekend maakte dit bij de mariniers een gevoel van wraak en bloeddorst los.

Journaal 1946 over de situatie Soerabaja eind 1945

De eerste dagen

De eerste dingen die de mariniers in Soerabaja deden, waren niet militair maar civiel van aard. Watervoorzieningen, elektriciteitsnetwerken werden hersteld, wegen begaanbaar gemaakt, bruggen hersteld, er werden stadspatrouilles ingesteld, openbare gebouwen beveiligd, etc. Alles om de stad weer meer woonbaar en leefbaar te maken.

Ook waren de mariniers essentieel voor (het gevoel van) veiligheid voor de vele Chinezen en indo’s in de stad, en de bewoners die terugkeerden van de verschillende jappenkampen. Op het gebied van welzijn brachten zij ook kleding, voedsel, medicijnen en medische zorg, en niet alleen in Soerabaja zelf, maar ook de kampongs daarbuiten.

Verschillende gebouwen rond het marineterrein en de wijk Darmo werden de nieuwe kwartieren van de mariniers. De Darmo-kazerne werd het hoofdkwartier van de mariniers.

De Westwall en de 5th ind inf div

Vanaf 16 maart 1946 werd de brigade meer ingezet. Het begon met de overname van de zogeheten Westwall van de Britse 5th Indian Infantry Division. Dat was het koloniale leger van de Britten en bestond voornamelijk uit Sikhs uit Indië en Ghurka’s uit Nepal. De Westwall was de westelijke verdedigingslinie rond de stad. Hierachter lag ook het vliegveld en was dus van groot strategisch belang.

Bericht van 2 april 1946
Dit zijn twee excerpten uit een stuk van 2 april 1946. Het gaat over de bezetting van de Westwall. Hier is te lezen:
Het Hoofdkwartier van de 2e Infanteriebataljon zit in “Kantonnementsarea” Willemsoord op de Djambistraat. Daar bevindt zich tevenshet berichtencentrum van Inbat2.
Ook zijn er zo te lezen Commando Posten (C.P.) van de compagnies F en G.
Het berichtencentrum is verantwoordelijk voor het overbrengen van dienststukken.

Gerard, tweede van links. Vermoedelijk wordt hier een (tropen)medicijn toegediend.

Wat deed Gerard bij de mariniersbrigade op Java

Dit is een goed moment om te vertellen wat Gerard vermoedelijk deed. Zeker zullen we het namelijk nooit weten. Ik heb veel onderzoek gedaan en ik kan een paar conclusies trekken (en aannames doen).

Over bataljons en compagnies
Gerard was onderdeel van de stafcompagnie van een infanteriebataljon (een inbat). Deze bataljons waren de werkpaarden van de mariniersbrigade. Een inbat (ca. 950 man) bestond uit een stafcompagnie (stafcie) en drie infanteriecompagnies (een inco). Een stafcie was er ter ondersteuning van de Inco’s. Een Inco bestond uit zo’n 250 man. Inco’s bestaan weer uit pelotons, etc.
Inco’s en pelotons (van de Inbats) waren de eenheden die de meeste actie hebben gezien op Java. Zij liepen de patrouilles, zij hadden vaak een offensief operationele rol. Gerard, als onderdeel van de stafcie, zag minder actie.

Archieven
Het kwam wel voor dat mariniers van de stafcie actie zagen. Zij werden bijvoorbeeld ter versterking toegevoegd aan een patrouille, bij een actie ingedeeld of in de verdediging als eigen posten werden aangevallen.

In de archieven van de Mariniersbrigade heb ik veel informatie/documenten/verslagen gevonden waarin bijv. expliciet benoemd wordt dat ‘de stafcompagnie’ ter velde was, of dat ‘medewerkers bersec’ ergens aan toegevoegd waren. Maar dit is nooit op ‘persoonlijke naam’. Afbeeldingen van deze vondsten gebruik ik ter ondersteuning op meerdere plekken op de site.

Bersec / Berichtencentrum
Gerard was ingedeeld bij het Berichtencentrum. Soms ook wel Berichtensectie (bersec) genoemd. Veel van de communicatie destijds ging nog per telegram. Het Berichtencentrum zorgde voor de uitwisseling van de berichten tussen de eenheden en de archivering ervan.
Op het hoofdkwartier van de Mariniersbrigade in Soerabaja zat het Berichtencentrum van de Brigadestaf. Het Berichtencentrum was belast met de uitwisseling van telegrammen tussen de Brigade (Soerabaja), hun Bataljon ter velde maar ook richting de compagnies die soms op afgelegen posten of kampongs waren gelegerd. Ik durf de conslusie te trekken dat in deze driehoek Gerard opereerde met Inbat2.

Voorjaar 1946: uitbreiding van het front rond Soerabaja

Vanaf half april 1946 verlaat Inbat2 de Westwall, en neemt het ‘t zogeheten oostvak in met posities in Gedangan, Kletek en Ketegan, wat ook het (Gevechts)hoofdkwartier (GHK) te velde is van Inbat2. Gerard is hierbij met de stafcompagnie van de Inbat 2. Gedangan was de positie die het meest te verduren kreeg qua aanvallen en beschietingen: de mariniers konden er letterlijk niet rusten.

Eind april 1946: overname van de gehele West-sector. Zij neemt nu ook positie in kampongs Mengati, Randegan-Wetan, Waroenoengoeng, Wonotjolo. Het GHK blijft wel in Ketegan.

Deze periode is zeer onrustig en er vallen veel slachtoffers. De mariniers lopen patrouilles en ‘sweepen’ kampongs. De tegenstander voert een guerilla-oorlog. In conventionele gevechten vallen vrijwel geen Nederlandse slachtoffers, maar wel door met name sluipschutters, boobytraps en nachtelijke beschietingen en aanvallen.

De Nederlandse mariniers werden door vriend en vijand “the Green Devils” genoemd. Door hun mobiliteit (infanterie ondersteund met voertuigen), slagkracht (artillerie en state of the art communicatie-technologie) en hoogwaardige (jungle)training, waren zij, op enkele KNIL-eenheden na, de meest effectieve eenheid in Nederlands-Indië.

Tussen maart en juni 1946 was de brigade vrijwel dagelijks in gevecht met de tegenstander. In deze periode leed de brigade vrij veel verliezen. Het was een afmattende periode waarbij er amper rust kon worden gepakt, troepen afgelost, laat staan met verlof kon worden gegaan. De “bijvangst” was wel dat er echt een korps-spirit ontstond en dat de bataljons / compagnieën uitgroeiden tot “harde en ervaren gevechtseenheden”.

Operatiegebied Inbat 2: Rood: maart 1946. Blauw: half april 1946. Groen: Eind april 1946. Geel: Operatie Trackman Augustus 1946.

Unieke kleurbeelden Mariniersbrigade 1946

In 2010 zijn er unieke kleurbeelden gevonden van de Mariniersbrigade in actie in/rond Soerabaja. Tussen mei en september 1946. De films hebben geen geluid, maar de beelden spreken voor zich en vertellen een hoop. Let op: er zijn twee video’s. Deel 1 en deel 2.

NB: van de parade, te zien vanaf minuut 2, zijn er ook foto’s in het prive-archief: Parade Koninginnedag 31 augustus 1946.

Youtube Beelden Mariniersbrigade in kleur 1946
Foto uit prive archief: 50. cal BAR op een Nederlandse Amtrac.

Operaties Trackman en Quantico

Op 10 augustus escaleert het verder. Om de aanvallen tot een eind te dwingen én om verdere troepenopbouw van de tegenstander in de regio tegen te gaan (er was een gerucht dat de Indonesiërs Soerabaja wilden aanvallen en veroveren), wordt een actie ondernomen: Operatie Trackman. Een gecombineerde actie van Sherman-tanks, Amtracs en infanterie. Plaats: richting Kedemean en Retegan. De mobiliteit en slagkracht van de mariniers tonen zich hier uiterst effectief.

Vrijwel heel Inbat 2 nam deel aan Trackman. Het bataljon werd ingezet in “de versterkte variant”. Dat wil zeggen dat zelfs de niet primaire infanterie-mariniers, bijv. koks, radio-telegrafisten, etc. als infanterie-marinier werden ingezet) dus ik acht de kans groot dat Gerard hier ook bij betrokken was. Dat is ook logisch, omdat hij later het Ereteken voor O&V met gesp 1946 kreeg; dat wil betekenen dat je in jaar 1946 hebt deelgenomen aan gevechtsacties.

Iets later was er ook nog een andere grotere operatie: Quantico. Maar hierbij was heel Inbat 2 (wel Inbat 1) niet ingezet, dus daarvan weet ik zeker dat Gerard er niet bij was.

31 augustus Parade Koninginnedag Soerabaja

Op 31 augustus 1946 is het Koninginnedag. In Soerabaja is ter gelegenheid een parade (en ter machtsvertoon) van de Mariniersbrigade. Foto’s uit privé archief.

Onderschrift Gerard: "Mariniers tijdens parade Soerabaja" (foto uit prive archief)
Te zien zijn Sherman-tanks van de mariniersbrigade (foto uit privé archief)

Najaar 1946

Na Operatie Trackman neemt Inbat 2 de middensector over van het Soerabajafront. Zij blijft met name gelegerd in de posten Trosobo, Kedemean en Driaredja. (Geel op de eerder getoonde kaart).
Er breekt nu een periode van relatieve rust aan. Gevechten waren minder aan de orde van de dag, met uitzondering van wat nachtelijke beschietingen en de altijd aanwezige (en achtergebleven) boobytraps her en der.

Bevorderingen: 1 oktober en 1 december 1946

Het gebeurde meer dat er flink werd bevorderd in deze periode, zeker op het gebied van korporaals en sergeanten. Dit waren de mannen die in het veld de aansturing deden. Door uitval (dood, gewond, ziekte, thuisvaart) wisselden samenstellingen redelijk snel. Omdat de Brigade vooral werd aangevuld met nieuwe rekruten uit Nederland, werden met name de OVW-mariniers (die over het algemeen een andere training en mindset hadden dan dienstplichtigen én vaak al actie hadden gezien) snel bevorderd.

In oktober 1946 wordt Gerard bevorderd. In het Nationaal Archief heb ik een telegram gevonden waarin hij wordt voorgedragen ter bevordering (in dit geval tot Marinier 2e klasse en tijdelijk korporaal).
1 december: bevordering tot marinier 1 tijdelijk/korporaal (TDL/KPL)
Op deze foto (uit prive archief) staat mijn grootvader Gerard linksboven. Op zijn mouw prijken 1 of 2 strepen (slecht te zien), maar wel met 'de punt omhoog', dat wijst op Amerikaans USMC-materiaal. Doordat Gerard hier of marn 1 of kpl moet zijn geweest, weet ik dat deze foto gemaakt is na december 1946. Mijn aanname is, dat het geen toeval is dat deze jongemannen samen poseren. Ik vermoed dat dit de mannen van het BERSEC van Inbat2 zijn.

Akkoord van Linggajati

Op 15 november 1946 tekenen Nederland en de uitgeroepen republiek Indonesia een politiek akkoord, het Akkoord van Linggajati. Daarmee werd ook een periode van relatieve rust ingeluid, ook afgedwongen door de vele patrouilles van de mariniers.

Akkoord van Linggajati

Lees verder: 1947, Java

In 1947 bevindt Gerard zich in de Porong delta bij Soerabaja. Hij zal met Operatie Product landen bij Pasir Poetih. Eind 1947 vaart hij terug naar Nederland.

Java 1947: de Politionele Acties en het afscheid van Java

1946: Lees verder

Gerard vertrekt in december 1945 met de Bloemfontein uit Amerika. De lange reis zal de de mariniers brengen naar Malakka waar zij om politieke redenen een periode in de jungle moeten schuilen. In maart mogen zij eindelijk van bord bij hun doelsbestemming: Soerabaja, Java. Het zal hun thuis zijn voor vele jaren.