De jaren op Nieuw-Guinea
1960-1962
In 1960 gaat Gerard met de mariniers naar Nieuw-Guinea. Eind jaren ’50 schroeft Nederland haar verdediging op Nieuw-Guinea op, vanwege toenemende dreiging en onrust. Indonesië wil Nieuw-Guinea toevoegen aan hun land. Nederland zal dit niet zomaar toestaan. Wat volgt, zijn jaren van typische koude oorlog-onrust en guerilla-oorlogsvoering. Daar middenin leefde niet alleen mijn opa, als marinier, maar ook mijn oma met haar kinderen.
1960: Patrouilleren in de jungle met de mariniers van MSK Sentani
Nieuw-Guinea is tussen 1960-1962 een kruitvat dat op springen staat. Nederland wil (nog) geen afstand doen van Nieuw-Guinea, en Indonesië wil het juist dolgraag toevoegen aan hun nieuwe eilandenrijk. Wat volgt zijn jaren van spanning en guerilla. Gerard dient in 1960 als sergeant bij de 43e infanteriecompagnie van de mariniers te Hollandia. Hij is groep-/patrouillecommandant bij de mariniers-kazerne Sentani.
1961: Opperste staat van paraatheid
In 1961 neemt de dreiging toe. Er komen nog steeds meer nederlandse troepen naar Nieuw-Guinea, en de eenheden gaan steeds meer oefenen. Gerard is als onderofficier munitie toegevoegd aan de commandogroep van het versterkte infanteriepeloton 431.
1962: In staat van oorlog
in de eerste maanden van 1962 intensiveert de onrust op Nieuw-Guinea. Het aantal Indonesische infiltraties en para-droppings neemt toe. Wat volgt zijn maanden van jungle-oorlogvoering, lange trektochten door de wildernis, vuurgevechten en een verhoogde staat van paraatheid in de hoofdstad Hollandia.