Sergeant der mariniers

1957-1959

Op 27 mei 1957 komt Gerard en zijn gezin terug in Nederland. Hij mag gelijk met een groot verlof van 2 maanden.

11 juli begint Gerard weer in Doorn, op de Van Braam Houckgeestkazerne, in de rang van korporaal, als specialistisch kaderlid bij “de Stoot”.

Gerard (linksachter) voor één van de barakken in Doorn. Foto uit privé archief

Korpsschool Sergeant opleiding

December 1958 begint Gerard aan zijn opleiding tot sergeant der mariniers op de KSS (Korpsschool voor de Sergeant). De achtergrondinformatie hieronder heb ik gevonden in “De richtlijnen Korpsschool voor Sergeant der mariniers (1955)“.

Een groot deel van deze opleiding krijgt Gerard van januari tot mei 1959 op de Van Ghentkazerne (16 weken) in Rotterdam. Daar kreeg Gerard met name de specifieke sergeanten-theorie en praktijktrainingen. De rest in Doorn (4 weken).

Inhoud training

Doel van de opleiding is het afleveren van een sergeant, van wie met name verlangd werd:

  • In staat zijn om met de juiste technische en tactische bedrevenheid de functie van groepscommandant te zijn;
  • In staat zijn om ook goed bedreven te zijn als instructeur op alle relevant vlakken.

Het curriculum bestond ondermeer uit (zeer) grondige kennis van én (zeer) uitgebreide bedrevenheid in omgang met wapens (en hier oefeningen in kunnen geven) als de M1-Garand, BAR, Thompson-mitrailleur, Colt-pistool, granaten en bajon- en ongewapend vechten.

Uit Richtlijnen Sergeant bij KSS
Uit Richtlijnen Sergeant bij KSS

Verder werd van een sergeant ook verwacht:

  • Kennis van grondbeginselen van het (oorlogs)recht;
  • Uitvoerige kennis verbindingsdienst, signalen en vlaggen;
  • Inspecties op kleding, materiaal en wapens;
  • Uitvoerige bedrevenheid lichamelijke opvoeding;
  • Kennis van en bedrevenheid in springmiddelen, valstrikken en mijnen;
  • Bevelvoering;
  • Korpsgeschiedenis, ridderorden, eretekenen en medailles, rangen en standen, etc.

Amfibisch Oefenkamp Texel

Van begin mei tot begin juni is Gerard op Texel. Voor zijn cursus Bestuurder Rubberboot (Zodiac). Deze cursus wordt gegeven op het AOKT (Amfibisch Oefenkamp Texel).

Artikel uit de Alle Hens over het Amfibisch Oefenkamp Texel (AOKT)

Rubberboot Bestuurder

Gerard kreeg op het AOKT (bron: “Richtlijnen Amfibische Opleiding Korpsschool voor Sergeant”) in 4 weken een aanvullende amfibische training. Alle sergeanten kregen deze. Amfibische trainingen zijn natuurlijk veel meer verankerd in de mariniers-opleidingen, maar doel van deze training was met name om sergeanten meer bagage te geven om hun rol als groepscommandant invulling te geven:

  • Technische en tactische kennis en bedrevenheid om als commandant van een rubberboot (of groep rubberboten) raids uit te voeren;
  • Technische en tactische kennis en bedrevenheid om als commandant van een rubberboot (of groep rubberboten) landingen uit te voeren;
  • Goede bedrevenheid om ook als instructeur amfibische oefeningen te houden;
  • Kennis van Operatiën (en de geschiedenis ervan);
  • Kennis van landingsvaartuigen, hun rol en de techniek;
  • Splitsen en knopen (en grondbeginselen van zeilen);
  • Roeien;
  • Nachtoefeningen.

 

Bevordering tot sergeant der mariniers

17 oktober 1959 slaagt Gerard voor zijn cursus en met ingang van 1 november wordt hij bevorderd tot sergeant der mariniers.

Training: Infanterie Pionier bij de Landmacht

In december 1959 (tot maart 1960) volgt Gerard bij de Landmacht in Harderwijk een training: Infanterie Pionier.

Over de precieze invulling (en aanleiding) is lastig te achterhalen. Maar het is wel evident dat de training ter voorbereiding op de volgende uitzending van Gerard is: Nieuw-Guinea.

In andere documenten uit de jaren 60 valt wel te herleiden wat doel en inhoud is van de opleiding:

  • KL en KM opleidingen op gebied van explosieven waren totaal niet in sync, dus daar lag wel een behoefte, zeker omdat KL en KM op Nieuw-Guinea veel zouden samenwerken. Meer standaardisatie;
  • Aanleggen en verwijderen van mijnen, hindernissen, versperringen, valstrikken, etc.;
  • Het herkennen van valstrikken en hindernissen, e.d.;
  • Het ter velde kunnen vervaardigen van simpele (overdekte) waarnemingsposten, schuttersposten, bedekking, versterkingen, etc.;
  • Het veilig omgaan met springladingen / het gecontroleerd kunnen opblazen van bruggen, voertuigen, installaties, etc.;
  • Uitgebreide kennis van de grondslagen van camouflage (van mens en object).

Naar Nieuw-Guinea

Gerard is nu sergeant der mariniers, met veel ervaring (Java, Nieuw-Guinea in 1950) en na zijn nieuwe opleidingen tot Zodiac-rubberboot bestuurder en infanterie-pionier klaar voor zijn volgende taak: als onderofficier naar Nieuw-Guinea. Naar de 43e Infanteriecompagnie te Hollandia. Ook ditmaal zal het gezin mee gaan.